Verbinding met Philippe Delespaul – November 2019

Project “Samendenken binnen de Nieuwe GGZ” en manifest

Voor wie het bovengenoemde project nog niet kent: Het draait om ‘samendenksessies’ waarin deelnemers zoveel mogelijk gelijkwaardig zijn en verschillende denkstijlen tot hun recht kunnen komen. Vanuit de Cliëntenraad van GGZ Rivierduinen werd dit voornamelijk ingezet om GGZ-cliënten die veel ideeën hebben en graag willen bijdragen, hier ook de kans toe te geven. In het reguliere programma met ‘kleien en breien’ (zoals ze het zelf omschrijven) voelen ze zich hier niet toe uitgedaagd, en signaleren ze zelfs de neiging om het denken van cliënten te onderdrukken, ‘aangezien de geest toch ziek is’. De projectgroep “Samendenken binnen de Nieuwe GGZ”, en wil deze opvatting bestrijden en laten zien dat er genoeg GGZ-cliënten zijn die wel willen denken en daar ook een bijdrage mee kunnen leveren aan de maatschappij. Aan deze projectgroep nemen representanten van de Cliëntenraad Rivierduinen, van sociale onderneming “Bijzondere Breinen” en ikzelf namens de Facebookgroep de Nieuwe GGZ deel. Het idee van de samendenksessies past ook heel goed in de Nieuwe GGZ, en in het ‘samendenken’ project wordt dit idee bovendien toegepast op de (Nieuwe) GGZ zelf. De einddatum van het door ZonMw gesubsidieerde project nadert en we hoopten dat Philippe wilde meedenken over onze ideeën om er vervolg aan te geven. Vanuit de Facebookgroep mocht ik dit inbrengen als “idee van de maand”. 

Philippe: Ik vind het een goed idee. Jullie willen mensen de kans geven om gelijkwaardig mee te denken, en dat is heel belangrijk. Jullie willen ook de casus maken voor een innovatieve denktank. Ook fijn om samen over de Nieuwe GGZ na te denken. Een opmerking die ik daarbij zou willen geven is dat het mogelijk nog meer trialogisch kan om het echt tot ontwikkeling te brengen en te stimuleren dat de ideeën uit zo’n denktank ook echt opgepikt worden. 

Bianca: Fijn om te horen dat je het goed vindt! Wat bedoel je in dit geval met ‘trialogisch’? 

Philippe: Denken vraagt (voor iedereen) oefening. Je zou de groep die zich in denken ontwikkelt en emancipeert kunnen inzetten in een keten van 3, waarmee ik bedoel dat je met de ideeën die in de innovatieve denktank ontwikkeld wordt, in dialoog gaat met de wereld daarbuiten die vastzit in het systeem. Die heeft dat nodig om ze te kunnen oppikken, want als je met bijzondere ideeën uit zo’n denktank bij een manager komt en die kan ze niet in het systeem passen dan loop het daarop vaak dood. Terwijl als je de manager mee de groep inneemt, ik me kan voorstellen dat cliënten niet meer vrijuit durven spreken.

Bianca: Eigenlijk is het de bedoeling van onze aanpak dat ze dat wel durven, omdat we een gelijkwaardige sfeer creëren en mensen zich bijvoorbeeld niet laten voorstellen met functie (maar met denkstijl), maar het is natuurlijk toch een beetje een utopie dat iedereen zich altijd helemaal gelijkwaardig zou voelen. Zeker als mensen elkaar al kennen is het moeilijk te vermijden dat bestaande rolverdelingen toch binnen sluipen. Ook denk ik wel dat je gelijk hebt dat managers zelden iets zullen doen met iets dat niet in het systeem past. Dus dit is inderdaad iets waarover we kunnen nadenken, of we daar nog iets aan kunnen doen. 

Philippe: Het zou mooi zijn als je het breder kunt krijgen dan de groep die geëmancipeerd is. Je ziet dat ook in de discussies rond MIND. Het is mooi dat ze als patiëntenorganisatie zo groot en geëmancipeerd zijn, maar je kunt je toch afvragen of ze nog representatief zijn voor cliënten, of dat de mensen die er werken daarvoor al teveel in vergaderingen hebben gezeten en teveel al deel uitmaken van het systeem. Ze zijn ook al gewend om compromissen te sluiten en dergelijke, waar ik over het algemeen trouwens voor ben, maar ze raken daarmee wel ver verwijderd van de positie die ze representeren. 

Bianca: Precies, dat vind ik dus ook een probleem met MIND en met veel van de organisaties die cliënten zeggen te representeren. Dat zijn allemaal mensen die zich keurig aan het systeem weten aan te passen, terwijl er juist ook veel cliënten zijn die dat niet kunnen, en die groep wordt in mijn beleving dus amper gerepresenteerd op deze manier. Dat is ook iets waar we iets aan proberen te doen met ons initiatief. 

Philippe: De band met de achterban is wel voor iedere inspraakgroep een uitdaging. Het wordt vaak een groep vaste mensen, die bestaat uit de enigen die zogezegd ‘altijd hun vinger opsteken’, en ook het gevoel krijgen dat ze wel moeten omdat niemand anders het doet. Maar daarmee gaan ze al snel deel uitmaken van het systeem. Als je dat met jullie denksessies kunt doorbreken is dat wel een goede manier om op te halen wat er echt leeft. Maar dan moet je dus ook niet hebben dat daar weer dezelfde mensen komen die overal al komen. Ik kan me ook voorstellen dat in die groepen mensen de leerschool die MIND al doorgemaakt heeft om zich te emanciperen in het klein ook kunnen doormaken, en bijvoorbeeld gaandeweg leren om hun mening goed te formuleren. Om dat mogelijk te maken helpt het dan ook als er meer continuïteit in zit, en het dus niet bij één sessie blijft. 

Bianca: Dat kan zeker een mooi proces zijn en we hopen inderdaad die continuïteit op den duur te kunnen gaan bieden. Het was nu al heel wat om een serie van drie sessies te doen in plaats van één losse. Het is wel belangrijk dat het juist óók voor de mensen is die misschien wel nooit zullen leren om te praten zoals dat in het systeem moet, maar het lijkt me zeker ook waar dat veel mensen daarin een herstelproces kunnen doormaken waarin ze het wel kunnen leren. 

Philippe: Mensen in hun weg naar herstel kunnen zo leren om dingen onder woorden te brengen. 

Bianca: Als je het dus als herstelbevorderende activiteit beschouwt, wat vind je dan van het idee dat GGZ-instellingen het zouden moeten aanbieden als dagbesteding? De Cliëntenraad van Rivierduinen zou dat namelijk graag willen. 

Philippe: Het aanbieden bij zorginstellingen vind ik zelf minder voor de hand liggen, ik vind het meer iets voor bij een herstelacademie. Een zorgkader is toch gericht op zorg. 

Bianca: Zorginstellingen mogen toch ook wel iets doen dat op herstel gericht is? Kan dat niet samen dan? 

Philippe: Het is een beetje een karikatuur, maar in een zorginstelling waar ze op vaste tijden mandenvlechten en dergelijke aanbieden zie ik het niet zo voor me dat het goed tot zijn recht komt, het is nogmaals een karikatuur maar mensen worden daar toch bijna als een zombie naar dagprogramma’s gestuurd. Dit soort dingen moeten echt eigen keuze zijn, als je mensen daar verplicht heen gaat sturen als activering dan schiet dat zijn doel voorbij. 

Bianca: Als je het nu over de ‘activering’ tijdens een gesloten opname hebt, dan snap ik die karikatuur wel. Maar ik denk dan bijvoorbeeld ook aan het ‘dagactiveitencentrum’ waar ik ook ooit kwam vanuit een ambulante situatie. Toen verveelde ik me nog een ongeluk doordat ik na mijn opnameperiode volledig uitgerangeerd was uit sociale rollen en ook nog niet echt onder de mensen durfde te komen, en dan is het toch wel heel fijn om zo’n plek te hebben, en om keuzes te hebben in het aanbod, want ik kon toen wel iets van bewuste keuzes maken hoor. Trouwens, zelfs op die gesloten afdeling waar de meerderheid tot zombie gedrogeerd wordt, doen mensen dat tot op zekere hoogte nog, en dus lijkt het me goed het dan ook aan te bieden. De Cliëntenraad van Rivierduinen denkt er ook zo over. Die willen er juist van af dat dat mandenvlechten en dergelijke de enige opties zijn. 

Philippe: Het gaat bij activering niet alleen om actief zijn, maar vooral ook om zingeving, dus ik begrijp dat wel. Maar voor alle activiteiten die je kunt opnemen in zo’n programma geldt: sommige mensen hebben er affiniteit mee, en andere niet. Instellingen hebben toch maar een beperkte capaciteit om activiteiten aan te bieden en moeten dan keuzes maken, maar eigenlijk wil je het aanbod niet uitbreiden van 3 naar 4 keuzes, maar naar 20 of 30! Je kunt dan ook denken aan een cultuurclub, een wandelclub, een leesclub, enzovoorts. Het is dan beter als daar maatschappelijke bronnen voor zijn, want enerzijds kunnen instellingen het nauwelijks allemaal zelf aanbieden, en anderzijds heeft een deel van de activiteiten ook zin als je niet meer in een instelling zit. 

Bianca: Het is volgens jou dus het beste om het toe te voegen aan het aanbod van herstelacademies. Dan is het wel belangrijk dat instellingen de mensen die bij hen opgenomen zijn, ook de kans geeft om erheen te gaan, anders hebben die er nog niks aan. 

Philippe: Ja, het hoeven geen gescheiden zuilen te zijn, en de grenzen van hulpverlening of zorg kunnen dan ook transparant zijn voor mensen zonder zorgindicatie. Want het moet ook niet zo zijn dat je op een gegeven moment niet meer kunt komen omdat je niet meer in zorg bent, terwijl je er nog wel veel aan hebt voor je herstel. 

Bianca: Dat is al zo bij herstelacademies zoals Enik, daar kun je gewoon komen zonder wat voor indicatie dan ook. Dat is inderdaad wel heel fijn.  

Philippe: Of dat lukt op die manier zoals bij Enik hangt deels af wat je als herstelacademie uitdraagt, maar het hangt ook af van de gemeente, die financiering toekent. Als die heel strikte controle wil op wie het nodig heeft, dan werkt het niet. Gemeentes moeten zich realiseren dat het niet effectief is om te kijken of het geld alleen naar de mensen met de grootste nood gaat, maar dat ze wel moeten opletten of het óók voor de mensen met de grootste nood is. Want dat is wel essentieel, en ik ben ervan overtuigd dat het daarvoor niet noodzakelijk is en zelfs tegenwerkt om strikt te controleren of niemand er gebruik van maakt die het niet echt nodig heeft. 

Bianca: Dat lijkt mij ook. Maar om dit bij gemeentes gedaan te krijgen, moeten we dus gemeente voor gemeente gaan veroveren…?

Philippe: Inderdaad, want gemeentes willen hun eigen beleid maken, maar net als de zorgverzekeraars kunnen ze daarbij wel de neiging hebben om in de kramp te schieten om dingen te controleren, en dan is er vaak veel overtuigingskracht voor nodig om ze te laten inzien dat dat juist zo niet werkt. 

Bianca: We hopen ook gemeentes te kunnen gaan overtuigen, onder andere met het manifest waarvan ik je een concept gestuurd heb. Wat vind je daarvan?

Philippe: Dat kan ik onderschrijven! 

Bianca: Dat is alvast heel fijn om te horen! Nu hebben we erin staan dat we 1000 handtekeningen willen, en we willen die dan vooral van cliënten zelf, zodat duidelijk is dat de mensen waar het om gaat het ook echt steunen. Vind jij dat ook een goed aantal, en genoeg om een draagvlak mee aan te tonen richting de politiek?

Philippe: Ja, het lijkt me een redelijk aantal. Het lijkt me dan wel goed om daar mensen van veschillende ‘bloedgroepen’ bij te hebben. Ik denk dan bijvoorbeeld aan 50 wetenschappers, 50 managers, 50 mensen van gemeenten, ik noem maar wat, en mensen uit de zorg, voor mijn part ook artiesten. Als je kunt laten zien dat andere mensen het ook geloven, kun je meer impact maken. Maar je moet als projectgroep natuurlijk je eigen beleid voeren. Ik denk wel dat het mogelijk is om andere mensen te laten tekenen zonder dat die het meteen overschaduwen. Als je er een lijst onder zet van wie het ondertekend heeft, dan is dat een lijst van iedereen en niet alleen van bekende Nederlanders die erop staan. Het aantal handtekeningen doet er ook niet eens zoveel toe, en 1000 lijkt me ook genoeg om een spreekmoment met politici mogelijk te maken. Je hebt dan toch een sleutel tot een gesprek. 

Vraag van Philippe aan de lezers

Philippe: Een onderwerp waar ik graag de mening van de lezers over zou willen weten is de mate van afstand die er zou moeten zijn tussen psychiatrie en het hersteldomein. Ik heb gezien dat er bij onder andere herstelacademies soms een strategie is die gericht is op “psychiatrie blijf bij de psychiatrie; wij doen de maatschappelijke kant wel”. Ik wil zelf voor de Nieuwe GGZ eigenlijk juist graag integratie, zonder dat de medische kant overheerst. Alles vanuit één sector is te beperkt, en ook in psychotherapie kan zingeving een rol spelen, bijvoorbeeld. Ik denk dan dat de verschillende sectoren elkaar kunnen vinden en aanvullen op overlappende gebieden, maar ik voel op veel plaatsen toch “Haal het maar verder uit elkaar!”. Ik kan me daarbij indenken dat het gaat om verschillende strategieën maar hetzelfde doel, en mogelijk wordt de houding van mensen dan vaak bepaald doordat ze door de ene ofwel de andere zienswijze getraumatiseerd zijn. Op veel plaatsen weet men de echte integratie tussen de zienswijzen dus niet te bereiken. Ik zou graag meer willen weten over wat er leeft op dit gebied en wat de gedachtes erachter zijn, en ben dus benieuwd hoe de lezers ernaar kijken!

foto Philippe Delespaul

Een gedachte over “Verbinding met Philippe Delespaul – November 2019

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.